Het doel van onze door KTNO, BATC en ABvC geaccrediteerde opleiding ‘Familie & Organisatieopstellingen HBO’ is om alle uitgangspunten van systemisch werk duidelijk te maken en jou voldoende theoretische en praktische kennis te verschaffen om als begeleider van familie- en organisatieopstellingen aan de slag te kunnen gaan.
De opleiding is geschikt voor iedereen die zichzelf beter wil leren kennen. Dus ook voor mensen, die hun achtergrond op een dieper niveau willen ontdekken en de beïnvloeding daarvan op hun persoonlijke en professionele leven. De opleiding is ook geschikt voor mensen die Systemisch Werk willen integreren in hun bestaande of nieuw op te starten praktijk. De opleiding wordt afgesloten met een schriftelijk en praktijkexamen voor het erkende diploma ‘Familieopstellingen HBO’.
Tijdens de eerste twee Praktijkdagen maken we kennis met elkaar en besteden we aandacht aan ‘Lichaam, psyche en betekenisgeving’. Er wordt intensief geoefend met het inleidend gesprek en het maken van een genogram. Tevens wordt een introductie gemaakt met het werken met de methodiek van systemisch weken vanuit Velsen Academy. Tijdens de gehele opleiding doen alle studenten meerdere familieopstellingen. In voorbereiding op jouw opstelling zou je de volgende vragen voor jezelf kunnen beantwoorden:
- Hoe was het om op te groeien in jouw gezin?
- Wie was er voor jou, bij jou thuis?
- Bedenk vijf woorden die je vroegste herinneringen weergeven aan de relatie die je als kind met je moeder had.
- Bedenk bij elk woord een voorbeeld, bij wijze van illustratie van en herinnering of ervaring die het woord ondersteunt.
- Doe hetzelfde voor de relatie met je vader en voor alle anderen die een gehechtheidsfiguur voor jou waren (een grootouder, kindermeisje, buurvrouw, oudere zus of broer etc.).
- Met wie had je de sterkste band en waarom?
- Hoe was het toen je voor het eerst van je ouders of andere opvoeders werd gescheiden?
- Hoe verging het jou en hen tijdens deze scheiding?
- Wat deed je doorgaans als je boos was?
- Als je ziek, gewond of van slag was, wat gebeurde er dan?
- Was je ooit echt bang voor je opvoeders?
- In welk opzicht is je relatie met hen in de loop van de jaren veranderd?
- Is er ooit iemand overleden in je jeugd of meer recentelijk?
- Ben je in de loop van je leven iemand kwijtgeraakt met wie je nauw verbonden was?
- Wat betekenden deze verliezen voor jou en wat voor invloed hadden ze op het gezin of op de familie?
- Hoe is momenteel je relatie met je opvoeders?
- Waarom denk je dat ze deden zoals ze deden?
- Wat voor invloed heeft alles wat je in deze vragen hebt geëxploreerd op je groei als volwassene gehad?
- Wat voor invloed hebben al deze dingen volgens jou gehad op je beslissing om met opstellingen te willen werken en/of om met getraumatiseerde mensen te willen werken?
- Wat voor invloed hebben ze volgens jou gehad op je opleidingen en op je huidige werk?
- Wat zijn de belangrijkste dingen die je hebt geleerd van de opvoeding die je ouders je hebben gegeven?
- Als je kinderen hebt, wat zou je ze dan willen horen zeggen over de opvoeding die jij hen hebt gegeven? Wat wens je hen in de toekomst toe?
- Wat voor invloed denk je dat al deze punten uit je gehechtheids-geschiedenis zouden kunnen hebben op je vermogen om open te staan voor anderen, om op hen af te stemmen, en met hen te resoneren – in je persoonlijke en in je beroepsleven?’
Tijdens de derde en vierde Praktijkdagen besteden we aandacht aan ‘Trauma en splitsing van de psyche’. Er wordt zowel plenair als in kleine groepjes geoefend met systemisch werk.
De vijfde en zesde Praktijkdagen staan in het teken van ‘Structuuropstellingen’. Er wordt zowel plenair als in kleine groepjes geoefend met behulp van ‘representanten’, ‘vloerankers’ (placemats en/of printpapier), ‘figuren’ (poppetjes) en ‘Tetralemmaopstellingen’ (verdekte opstellingen).
Tijdens Praktijkdagen 7 en 8 worden de dynamieken in (partner) relaties en organisaties besproken. In deze dagen komt het onderwerp organisatieopstelling aan bod en wordt dit belicht en geoefend.
De laatste Praktijkdagen 9 en 10 staan in het teken van het ‘schriftelijk- en praktijkexamen’ voor het erkende diploma ‘Familieopstellingen HBO’. Het schriftelijk examen wordt klassikaal afgenomen; het praktijkexamen omvat een inleidend gesprek met een medestudent plus het begeleiden van de opstelling.
In de 5 online bijeenkomsten bestaan uit:
Presentaties van theorie en uitgangspunten van systemisch werk
Mogelijkheid om ervaringen uit te wisselen n.a.v. opdrachten, oefeningen en praktijkdagen
Mogelijkheid om vragen te stellen
online opstellingen als cliënt, representant, begeleider






