Binding

De vader-kindbinding bereikt doorgaans niet de intensiteit van de moeder-kindbinding. Deze zielsbinding is daarom voor het kind niet minder waardevol of onmisbaar, maar is van een andere kwaliteit. Deze binding heeft onder andere tot taak het kind een alternatief te bieden voor de hechting aan zijn moeder en de symbiotische binding met zijn moeder stap voor stap los te maken. De hechting met zijn vader geeft het kind in het meest gunstige geval een gevoel van bescherming, zekerheid, kracht en verbondenheid met een familie.

De binding tussen de vader en het kind ontwikkelt zich in het begin indirect via de moeder. Hoe beter en sterker de binding tussen de vader en de moeder is, des te intensiever voelt het kind in de binding met zijn moeder ook zijn vader. In de ziel van zijn moeder ontdekt het kind de ziel van de vader. Vandaar dat het kind zijn vader niet of nauwelijks kan voelen als zijn moeder geen stabiele en liefdevolle binding met de vader heeft. (…)

In familieopstellingen kan men duidelijk zien dat ook kinderen die hun vader nooit hebben gekend, een zielsbinding met hun vader hebben. Men kan in dergelijke gevallen vermoeden dat de tussen vader en moeder ontstane zielsbinding in het kind doorwerkt en dat het daarmee ook van vaders kant wordt bezield.

Mensen die zonder vader zijn opgegroeid, missen hun vader levenslang. Ze missen de vaderlijke liefde, de steun in de rug, de bevestiging en waardering van een vader. Een moeder van een kind kan de vader niet vervangen. Hoe meer de moeder de afwezige vader echter liefheeft en respecteert, des te sterker werkt dit deel van haar ziel ook door in de ziel van het kind.

Sommige vrouwen verachten de vader van hun kind vanwege een teleurstellende liefde, of omdat de man hen met het kind liet zitten, of omdat hij gewelddadig gedrag heeft vertoond. Ze reduceren daarmee zijn betekenis tegenover het kind tot een ‘biologische verwekker’. Ze devalueren het vaderlijke deel in de ziel van het kind en verzwakken daarmee het kind in zijn zielskracht. Het kind voelt zich dan in zijn basis ontkend.

Het vaderloos opgroeiende kind voelt zijn eigen verlangen naar zijn vader. Hij durft zijn verlangen echter niet te laten zien om de verwonde, gekrenkte of verontwaardigde moeder niet te herinneren aan het drama met zijn vader. Naar buiten toe gedraagt het kind zich alsof zijn vader hem koud laat en hij hem niet nodig heeft.

Dit betekent in het bijzonder voor zonen een verzwakking van hun eigen vermogen om zich te binden aan vrouwen. In de poging het leed van de moeder met betrekking tot de vader te willen wegnemen, vergen ze te veel van zichzelf. Ze betrekken de teleurstelling en boosheid van hun moeder tegenover mannen ook op zichzelf en sluiten hun hart in hun relaties met vrouwen. Ze voelen zich tegenover vrouwen onbewust altijd op de beklaagdenbank en onderwaarderen daarmee hun mannelijkheid.

Ook dochters die met een negatief vaderbeeld opgroeien, nemen maar al te vaak het wantrouwen van de moeder ten opzichte van mannen over, net als haar verlangen naar de ware liefde tot een man, dat haar leven lang onvervuld bleef. Vaak vechten zulke dochters dan met mannen omdat ze enerzijds verlangen naar een sterke, betrouwbare man en anderzijds grote angst hebben om zich aan een man te binden uit angst om door hem net zo teleurgesteld en verlaten te worden als bij hun moeder het geval was. Op deze manier wordt het lot van de gefrustreerde moeder herhaald door het kind en kan het geen bevredigend partnerschap met een man vinden.’

Binding

UIT: Franz Ruppert, De verborgen boodschap van psychische stoornissen.
De waarheid heelt de waan. Eeserveen 2009 (blz. 66, 67, 68, 69, 70)

Scroll naar boven