Daders
‘De doorslaggevende vraag is: wat maakt mensen tot daders en wat tot slachtoffers? Dader wordt men wanneer men een ander mens lichamelijk of psychisch zwaar letsel toebrengt. Daarom is men bijvoorbeeld dader wanneer men bij een verkeersongeval iemand verwondt en hem daarmee tot slachtoffer maakt. Een dergelijke gebeurtenis moet zowel door de dader als door het slachtoffer verwerkt worden. De dader moet ermee in het reine komen dat hij een ander mens schade heeft toegebracht en het slachtoffer moet zijn verwonding accepteren. Om de gebeurtenis goed te kunnen verwerken is het nodig dat:
- de schuldvraag wordt beantwoord;
- de verantwoordelijkheden erkend worden;
- de geleden schade wordt gecompenseerd.
(…) Iemand die een ander schade toebrengt, neemt een daderhouding aan wanneer hij:
- de verantwoordelijkheid voor zijn daad en zijn eigen schuld ontkent;
- zijn daad rechtvaardigt;
- zich genoodzaakt en gedwongen voelt tot zijn daad;
- het slachtoffer geen schadevergoeding aanbiedt;
- uitsluitend het slachtoffer de schuld geeft van wat er gebeurd is;
- geen medeleven toont met het slachtoffer;
- het slachtoffer uiteindelijk zelfs minacht.
Aan de andere kant ontwikkelt iemand een slachtofferhouding door de volgende gedragskenmerken:
- hij zwijgt over de gebeurtenis, vertelt er niet over aan anderen;
- hij geeft uitsluitend zichzelf de schuld of neemt ten onrechte een deel van de verantwoordelijkheid op zich;
- hij vindt het rechtvaardig dat hij slachtoffer is geworden;
- hij eist geen schadevergoeding van de dader;
- hij schaamt zich voor de schade die hem is toegebracht;
- hij neemt de dader in bescherming en verdringt zijn daden.
Het zijn dus niet alleen de daders die de verantwoordelijkheid proberen te ontduiken, en elkaar daarom graag wederzijds dekken. Het zijn vooral ook de slachtoffers die, uit angst voor de daders van wie ze afhankelijk zijn, het niet aandurven hen openlijk aan te spreken of de voortzetting van hun daden te verhinderen. Of iemand slachtoffer wordt en in de slachtofferrol blijft hangen, is ook afhankelijk van de hoeveelheid controle die de daders over hem blijven uitoefenen. Bovendien is van invloed of er iemand is die degene die schade heeft ondervonden, helpt en ondersteunt om te voorkomen dat deze op de lange duur in de slachtofferrol wordt gedrukt. Dat betekent dat ook de reacties van de omgeving van belang zijn om een mens te verhinderen in de slachtofferrol terecht te komen en daar op de lange duur in gefixeerd te blijven.
Zo worden mensen bijvoorbeeld door een bepaalde vorm van psychiatrische en psychologische diagnostiek ten onrechte in de daderrol gebracht en vervolgens door de behandeling in een slachtofferrol gehouden. Wordt bij een meisje bijvoorbeeld de diagnose anorexia nervosa gesteld, dan gebeurt het volgende:
- men definieert haar als een ziek persoon, omdat de observatie dat ze weigert te eten, onder een bepaalde ziektecategorie valt, namelijk anorexia nervosa;
- omdat men het eetgedrag isoleert van de oorzaak, wordt uiteindelijk de schuld toegeschreven aan het meisje zelf, omdat ze zich niet gedraagt volgens het normale patroon;
- dit soort diagnostiek dient ter rechtvaardiging van een behandeling
waarbij het meisje desnoods met geweld wordt gedwongen weer normaal te eten of in sommige gevallen zelfs onder dwang voedsel toegediend krijgt.
Als we echter weten dat het weigeren van eten bij meisjes in vele gevallen een reactie is op de afwijzing en liefdeloosheid van de kant van hun getraumatiseerde moeders en op het geweld en het seksueel misbruik van de kant van hun getraumatiseerde vaders, dan wordt het absurde van een dergelijke diagnostiek duidelijk, alsof zo’n meisje ernaar zou verlangen om mager te zijn. In werkelijkheid brengt het kind door eten te weigeren de dader-slachtofferafsplitsing in zichzelf tot uitdrukking, waarbij het eigen daderdeel, dat afgesplitst in haar hoofd zit, het slachtofferdeel, dat in haar lichaam woont, onderdrukt en wil elimineren.
(…) Zowel de dader- als de slachtofferhouding zijn overlevings-strategieën om in een destructief bindingssysteem te kunnen blijven en de relatie niet definitief te hoeven beëindigen. Noch dader noch Slachtoffer kennen alternatieven voor deze relatievorm. Ze nemen de destructiviteit in de relatie op de koop toe, omdat helemaal geen relatie en helemaal niemand hebben om mee te vechten nog erger lijkt als al het andere. Alleen zijn lijkt het meest afschrikwekkende dat er bestaat.
(…) Dergelijke afsplitsingen worden binnen een familie van generatie op generatie doorgegeven of breiden zich uit naar grotere bindingssystemen, waarbinnen deze families leven. Want noch in een dader- noch in een slachtofferrol is men in staat een autonoom leven te leiden. Daders hebben slachtoffers nodig om te kunnen overleven en slachtoffers zijn in hun overlevingsstrategieën gefixeerd op daders. In de meest extreme vorm betekent dat oorlog in een samenleving.’
HOE KUNNEN WE WEER PSYCHISCH GEZOND WORDEN?
‘Er bestaan verschillende voorstellingen van middelen en wegen die tot genezing van ziekten leiden:
- genezing komt vanbuiten en vanboven (van de goden, van helers, van sjamanen…);
- genezing is het gevolg van rituelen (gebeden, offergaven…);
- genezing wordt fysisch, chemisch, technisch en industrieel bewerkstelligd (door medicatie, operaties, massages…);
- genezing is het resultaat van de relatie die de zieke heeft met zichzelf en met mensen die hem ondersteunen en zijn zelfhelend vermogen bevorderen.
De laatstgenoemde weg lijkt mij op de lange duur de meest veelbelovende van allemaal. Deze weg biedt de grootste kans op duurzame lichamelijke en psychische gezondheid. Daarom moedig ik mensen aan op weg te gaan naar het contact met zichzelf en daarvoor begeleiders te zoeken die hen ondersteunen op deze weg naar meer gezondheid.
Veel mensen beschikken echter totaal niet over de juiste criteria om vast te kunnen stellen dat ze psychisch ziek zijn, dat hun problemen niet door de omgeving worden veroorzaakt, maar hun oorsprong vinden in hun eigen psyche. Ze bezitten evenmin de criteria om de wens te kunnen formuleren dat ze weer gezond willen worden. Daarom is het naïef om te geloven dat alle mensen die psychotherapeutische hulp zoeken, koste wat het kost weer gezond willen worden. Zolang wij ons in onze overlevingsstrategieën bevinden, zijn we van mening dat we normaal zijn en dat datgene wat we beleven niets bijzonders is. Vaak wordt het een cliënt pas in de loop van een psychotherapeutisch proces duidelijk wat de werkelijke omvang is van zijn psychische en lichamelijke scheefgroei. Geleidelijk ontwikkelt zich dan een bewustzijn van wat het eigenlijk betekent om lichamelijk en psychisch gezond te zijn.’
Daders
UIT: Franz Ruppert, Bevrijding van trauma, angst en onmacht.
Eeserveen 2012 (blz. 127, 128, 129, 130, 291, 292).