Discriminatie

‘Het symbiosetrauma is een specifieke vorm van een bindingstrauma. Niet alleen de binding aan de ouders is van levensbelang, maar ook het lidmaatschap van een groep leeftijdsgenoten, een schoolklas, een team op het werk en het grotere collectief, bijvoorbeeld een volk of een staat. Deel van een gemeenschap te zijn en bij een groep te horen is voor ons mensen noodzakelijk om te overleven. Al deze bindingsrelaties kunnen mislukken als de belangrijkste representanten van deze groepen niet bereid zijn om een bepaalde persoon in hun gemeenschap op te nemen. Dergelijke bindingstrauma-situaties zijn te herkennen aan:

  • pesten in schoolklassen of op het werk;
  • discriminatie wegens huidskleur, geslacht, religie of nationaliteit.

Bij de slachtoffers ontstaat daardoor onverdraaglijke verlatings-angst en doodsangst, de angst om als enkeling het eigen overleven niet te kunnen garanderen. Ze hebben te maken met een onoplosbare tweestrijd: hoe meer ze zich aanpassen en smeken om opgenomen te worden in de groep, des te meer worden ze afgewezen.

Dat leidt weer tot een nieuwe psychische afsplitsing. De angst, de woede en de pijn van alle geleden krenkingen en vernederingen moeten worden onderdrukt. (…)

Zolang de situatie van pesten en discriminatie voortduurt – omdat de leiders van dit soort groepen anderen buitensluiten omdat ze zelf getraumatiseerd zijn en de gepeste of gediscrimineerde personen niet de mogelijkheid hebben zich onafhankelijk te maken van de groep waar ze bij willen horen -, is het ondenkbaar dat de afsplitsing opgeheven kan worden.

(…) Voor slachtoffers van pestgedrag is het daarom altijd nuttig als ze ook hun eigen deel van de symbiotische verstrikking goed bekijken en zichzelf niet alleen zien als het slachtoffer van anderen. De houding van slachtoffers trekt dadergedrag aan.’

Discriminatie

UIT: Franz Ruppert, Bevrijding van trauma, angst en onmacht.
Eeserveen 2012 (blz. 124, 125).

Scroll naar boven