Dood
‘Dan is er nog de dood door eigen toedoen, het ‘de hand aan zichzelf slaan’ ofwel zelfmoord, ook wel – als men het morele oordeel wil vermijden – ‘zelfdoding’ of ‘suïcide’ (Giernalczyk 1997). Naast veel andere dingen is de paradox bij deze doodsoorzaak de volgende: als de zelfmoordenaar ons nabij is, als er sprake is van een nauwe binding, weten we niet waar we meer over ontdaan zijn: over zijn dood of over zijn daad. Het feit dat de overledene zijn dood zelf willens en wetens heeft bewerkstelligd, verhindert ons om normaal om hem te kunnen rouwen.
Daarom wordt er vaak niet gerouwd om een zelfmoordenaar, maar treft hem ontgoocheling, woede en zelfs verachting door zijn naasten. Men is boos op hem dat hij hen in de steek gelaten heeft of hen zoiets aandoet. Zelfmoordenaars worden in families als sociale schande ervaren. In het openbaar schaamt het familiesysteem zich vaak voor zelfmoordenaars. De familieleden kunnen zich daardoor innerlijk niet goed losmaken van de zelfmoordenaar en vrede hebben met zijn dood. In een familie system worden daarom de omstandigheden rondom de dood tot taboe gemaakt. Men spreekt er niet meer over. Men verzwijgt de dode en de wijze waarop hij of zij aan zijn of haar einde is gekomen. Zoals Bert Hellinger het benoemt, wordt de dode ‘buitengesloten’.
Daarom worden zelfmoordenaars in een familiesysteem vaak behandeld alsof ze niet bestaan. Ze verschijnen en verdwijnen in een familiegeschiedenis niet als normaal overledenen. Hun dood beangstigt de anderen. Over de wijze van sterven worden dubbele boodschappen verkondigd: soms gaat het over een normale dood, soms duikt het angstbeeld van zelfmoord op. De zelfmoordenaar en het trauma van zijn verwarrende dood leven in de familieziel onopgelost verder.
De complexe zielsdynamiek van de zelfmoord kan op deze plek slechts aangestipt worden. Zoals vaak door therapeutisch werk aan het licht wordt gebracht, liggen onder de directe aanleiding (bijvoorbeeld liefdesverdriet, problemen op school, zware ziekten, schulden) verborgen verstrikkingen op zielsniveau ten grondslag aan de zelfmoord. Zo worden levenden vaak getrokken naar plotseling of vroeggestorvenen. Of kinderen voelen onbewust het verlangen van ouders naar de dood en denken in de dood eindelijk dicht bij de ouders te zijn. Ogenschijnlijk lijken de kinderen dan te willen sterven in plaats van de ouders. Een diepe zielsverbinding is in deze omstandigheden dus fataal. De onverwerkte dood van de een zorgt ervoor dat anderen volgen in de dood. Er ontstaat in een familiesysteem op die manier een reeks van zelfmoorden.’
MOORD BINNEN DE FAMILIE
‘Het sterkst werkt het in de familieziel door als een familielid een ander familielid bewust en met voorbedachten rade ombrengt. Bijvoorbeeld een man die zijn vrouw doodslaat, ouders die hun kinderen doden of met opzet laten doodgaan, een kind dat zijn ouders doodt of een broer of zus die een van de anderen doodt. Broedermoord heeft een zodanige grote invloed dat dit zelfs in de Bijbel het begin aankondigt van een naderend onheil. Het verwarrende aan zulke daden is dat iemand een ander doodt die een deel van zijn eigen ziel vormt.
Ook in zulke gevallen kan er enerzijds niet goed om de doden worden gerouwd omdat men zich tegelijk met de rouw bewust moet zijn van de schuld van een familielid. Aan de andere kant kan er ook geen duidelijke relatie meer mogelijk zijn met het familielid dat de moord gepleegd heeft of misschien door onachtzaamheid de dood van een ander familielid heeft veroorzaakt. In deze gevallen moet men bij de aangifte heel goed opletten en luisteren naar de omstandigheden rondom de dood en de doodsoorzaak. Ze klinken schijnbaar plausibel maar bij nadere beschouwing echter absurd. Ze verwijzen daarmee op hun manier naar dat wat niet mag worden uitgesproken en wat de zielsverwarring veroorzaakt. (…)
MOORD BUITEN DE FAMILIE
Afgrijzen en verwarring wordt ook opgeroepen als een familielid een andere persoon doodt die niet tot het familiesysteem behoort. Ook hier hebben voorbedachte rade en onachtzaamheid wat betreft de beoordeling een andere uitwerking.
Vanuit dit perspectief heeft natuurlijk elke moord zijn weerslag op een familiesysteem. Iedere moordenaar komt tenslotte ook voort uit een familiesysteem. Hij belast door zijn daad ook zijn bloedverwanten. De moordenaar blijft in het familiesysteem tijdens zijn leven maar ook na zijn doodgriezelig. Zijn aanwezigheid werkt verwarrend voor anderen. Hij wordt door de familie hetzij naar buiten toe gedekt hetzij buitengesloten. Vaak kiezen moordenaars zelf ook voor de weg van afzondering. Doorgaans worden ze door familieleden wel buitengesloten, maar bewaart de familieziel hun bestaan in het geheim en geeft dit verder aan degenen die later in dit bindingssysteem worden geboren.
In familieopstellingen kan men zien dat ook moordenaars handelen
vanuit verstrikkingen. Net als bij zelfmoord kan bij moord de ene daad de andere oproepen. Zo ontstaan onheilzame ziels-dynamieken in vele generaties. Het schijnt alsof er een soort moorddadige energie van de ene op de andere generatie kan worden doorgegeven wanneer de daden niet zijn opgehelderd en de schuldigen de verantwoording voor hun daden niet hebben genomen.
Als men een dergelijke samenhang beschouwt, dan wordt de tekst uit de Bijbel die zegt dat de zonden van de vader zijn nakomelingen tot in het vierde of vijfde geslacht vervolgen, wel erg inzichtelijk.
DOOD EN DODEN IN DE OORLOG
Moeilijk te beoordelen in de zin van een bindingssysteemtrauma zijn de moorden die door soldaten in een oorlog gepleegd worden. Ten eerste kunnen we ervan uitgaan dat het doden van een ander mens doorgaans voor de dodende partij een traumatische situatie betekent, waarna er open afsplitsingprocessen volgen. (…)
Omdat men er in het algemeen vanuit gaat dat soldaten zelf niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor hun daden, maar in opdracht van een groter systeem handelen, worden ze meestal door het familiegeweten daarvan vrijgepleit.
(…) Bovendien wordt in een oorlog onderscheid gemaakt of een soldaat een soldaat van de vijandelijke macht doodde of dat hij zich aan onschuldigen of burgers heeft vergrepen. In deze context hoort ook de felle en met emoties beladen discussie of ook het leger van de nationaalsocialistische staat misdaden beging of alleen de tot Hitlers privéleger gebombardeerde SS (‘Schutzstaffel’). Dat het leger (‘Wehrmacht’) eigenlijk ‘goed’ was en alleen de SS ‘slecht’, is een hulpconstructie om het klaarblijkelijk ‘slechte’ buiten te sluiten, waardoor de rest onschuldig verklaard kan worden. De totale instorting van het geweten als beoordelingsmechanisme voor schuld en onschuld wordt daardoor voorkomen. Omdat vanuit systemisch perspectief bekeken het buitengeslotene nooit volledig terzijde geschoven kan worden, leeft het heimelijk verder en heeft het een magische aantrekkingskracht voor al diegenen die geen plek in de maatschappij kunnen vinden. Neonazi’s bewonderen daarom vaak hun voorgangers.’
Dood
UIT: Franz Ruppert, De verborgen boodschap van psychische stoornissen. De waarheid heelt de waan. Eeserveen 2009 (blz. 236, 237, 239, 240, 241, 242)