Gezinstherapie

Virginia Satir (1916 – 1988) was een Amerikaans psychologe. Ze was samen met Iván Nagy een van de belangrijkste gezinstherapeuten en grondlegger van enkele van de eerste theorieën in de gezinstherapie. Satir leerde gezinsdynamiek aan het Illinois State Psychiatric Institute en gaf tot aan haar dood voordrachten en cursussen. Als docent hield ze zich bezig met de ouder-kindconsultatie en deed in het sociaal werk veel ervaring op binnen het thema gezin.

Midden jaren vijftig van de 20e eeuw had ze voor het eerst het idee, in plaats van afzonderlijke personen, het gehele gezin in therapie te nemen. Zo maakte ze in familieopstellingen gezinsleden bewust van generatieoverschrijdende patronen en problematiek binnen de gezinssamenstelling. In 1958 richtte ze samen met Don Jackson en Jules Ruskin het Mental Research Institute op in Palo Alto bij Stanford (Californië). Het was ook in deze tijd dat ze begon met de opleiding van therapeuten. Hiermee ontstond het eerste gezinstherapeutische opleidingsprogramma van de VS.

Tegenwoordig laten veel therapeuten zich nog steeds leiden door de uitspraken van Satir over de gezinstherapie. Problemen worden niet geïsoleerd binnen de gezinstherapie gezien, maar het gedrag van alle gezinsleden wordt meegenomen. Door gesprekken, gezinsopstellingen en een viertal creatieve methoden komt er inzicht in de innerlijke processen van het gezin en gewaarwording van verborgen structuren en verbindingen. Het vlechtwerk van verbindingen wordt stuk voor stuk ontward, opdat verstrikkingen ontknoopt kunnen worden.

Satir hield zich intensief bezig met de communicatie in het gezin. Zij ontwikkelde een communicatiemodel dat vier negatief uitwerkende communicatiesoorten kent:

  • Geruststellen. Ik doe altijd alles fout. Het daartoe behorende gevoel: ik moet iedereen gelukkig maken opdat men van mij houdt.
  • Aanklagen. Jij doet nooit iets goed. Het daartoe behorende gevoel: niemand bekommert zich om mij. Zo lang ik niet om mij heen brul, doet sowieso niemand iets.
  • Rationaliseren. Het daartoe behorende gevoel: ik moet anderen laten zien hoe intelligent ik ben. Logica en goede gedachten zijn het enige ware.
  • Aandacht afleiden. Het daartoe behorende gevoel: ik zal de aandacht wel krijgen, maakt niet uit welk gedrag ik daarvoor moet opvoeren.

Het was Satir eraan gelegen van mensen de mogelijkheden op te tekenen hoe ze hun basisvermogen kunnen benutten. Verder wilde ze groei en vrede bevorderen. Deze grondhouding drukte ze in vijf vrijheden uit:

  • De vrijheid te zien en te horen wat er op een moment werkelijk is. In tegenstelling tot wat er zou moeten zijn, geweest is of nog zal zijn.
  • De vrijheid datgene uit te spreken wat ik werkelijk voel en denk. En niet datgene wat van mij verwacht wordt of dat ik denk dat men van mij verwacht.
  • De vrijheid mijn gevoelens toe te laten. En die gevoelens niet in te ruilen voor andere.
  • De vrijheid om datgene te vragen wat ik nodig heb. En niet altijd op toestemming te wachten.
  • De vrijheid met eigen verantwoording risico’s aan te gaan. In plaats van alleen het zekere voor het onzekere te nemen en niets nieuws te durven uitproberen.

Eric Berne (1910 – 1970) was een Canadees Psychiater en grondlegger van de transactionele analyse. Hij specialiseerde zich in groepstherapie en in sociale psychiatrie, en streefde ernaar mensen te genezen in plaats van vooruitgang te boeken in de behandeling. Transactionele analyse of TA is de term die gebruikt wordt voor de persoonlijkheidstheorie en psychotherapeutische behandel-methode zoals deze is ontwikkeld door Eric Berne in de jaren 50 van de twintigste eeuw.

De TA gaat ervan uit dat ervaringen in de vroege levensjaren ervoor zorgen dat een mens besluiten neemt over zichzelf en zijn omgeving. Deze positieve of negatieve besluiten zijn van invloed op de kwaliteit van de verdere levensloop (het script). Groei en ontwikkeling worden geremd door negatieve besluiten, terwijl positieve besluiten een stimulerende invloed hebben. Behandelmethoden zijn erop gericht de scripts te analyseren en door gedragsveranderingen te proberen het script om te buigen. Hiertoe wordt een contract afgesloten met de behandelaar waarin therapie-doelen zo concreet mogelijk worden omschreven. De manieren waarop de doelen worden bereikt (de daadwerkelijke behandel-methoden) zijn uiteenlopend.

De TA gaat ervan uit dat de mens steeds weer opnieuw de strategieën uit zijn kindertijd toepast, ook als dat tot pijn of mislukking leidt. Door ervaringen in de vroege levensjaren neemt de mens al in zijn jeugd besluiten over hoe hij in zijn verdere leven met zichzelf en zijn omgeving om zal gaan. Deze positieve of negatieve besluiten zijn van invloed op de kwaliteit van de verdere levensloop.

EGO-POSITIES EN TRANSACTIES

De TA onderscheidt drie ego-posities die in elk persoon verenigd zijn: de ouder, het kind en de volwassene. Vanuit deze posities kunnen transacties met de ander plaatsvinden. Een transactie binnen de TA is een wederzijdse communicatie, waarbij er tegelijkertijd sprake is van waarneembare feitelijke communicatie en parallel daaraan interactie op een onuitgesproken psychologisch niveau. Bijvoorbeeld: iets met een lieve stem zeggen, maar sarcastisch bedoelen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen complementaire transacties en gekruiste transacties:

In complementaire transacties is er sprake van een evenredige vorm van transacties. Bijvoorbeeld: een kind-kind transactie zoals aangegeven in het schematische voorbeeld. De praktische uitwerking daarvan kan de volgende korte dialoog zijn. De ene vraagt vanuit zijn kind-egopositie: “Wil je een snoepje?” en dan kan de ander vanuit zijn kind-positie reageren met: “Mmmmm, ik ben dol op snoep.” Hoewel het wat kinderlijk aandoet, is hier toch sprake van een evenredige en effectieve vorm van communiceren: een effectieve transactie.

In een gekruiste transactie is er sprake van een mismatch van ego- posities. De ego-positie die de ene aanspreekt bij de ander, is een andere dan waar de ander bij de ene aan appelleert. In de schematische weergave wordt dat weergegeven als iemand die vanuit zijn ouder het kind in de ander aanspreekt, terwijl deze vervolgens reageert vanuit zijn kind en een appel doet aan het kind bij de ander. Gekruiste transacties worden in de TA beschouwd als niet effectief.

Tijdens de opleiding Familieopstellingen HBO leggen we het verband tussen de TA van dr. Eric Berne en de opstelling met de drie innerlijke kinderen van de cliënt.

Gezinstherapie

Scroll naar boven