Hechtingstheorie

‘Grondlegger van de hechtingstheorie is de Britse kinderpsychiater John Bowlby. Hij werd in 1907 geboren als zoon van een barnet en werd, zoals dat toen gebruikelijk was in de hogere kringen, vooral opgevoed door kindermeisjes en gouvernantes. Toen hij 12 jaar werd, mocht hij tijdens het diner bij zijn ouders aan tafel komen, maar dan alleen maar voor het dessert. Hij ging naar een kostschool en daarna naar het Trinity College in Cambridge.

Tijdens zijn studie ging Bowlby als vrijwilliger werken bij kostscholen voor emotioneel onaangepaste kinderen. Deze scholen waren erop gericht om emotionele steun te bieden in plaats van de gebruikelijke strenge discipline. Omdat hij geïntrigeerd was door wat hij meemaakte op deze kostscholen, besloot hij medicijnen te gaan studeren. Daarna specialiseerde hij zich in kinderpsychiatrie. Zijn werk met emotioneel gemankeerde kinderen bij medische opvoedkundige bureaus in Engeland maakte hem duidelijk dat een verstoorde relatie met hun ouders de kinderen had opgezadeld met een beperkt en vaak negatief repertoire van manieren om met hun gevoelens en behoeften om te gaan.

Vele jaren onderzoek en studie leidden uiteindelijk tot een theorie over hechting en de invloed daarvan op relaties. Andere psychiaters maakten deze theorie aanvankelijk belachelijk, maar deze heeft uiteindelijk veel invloed gehad op onder andere opvoedingsmethoden.

  1. Zekere hechtingsstijl

Mensen met deze hechtingsstijl voelen zich meestal heel erg op hun gemak in relaties, omdat ze in de basis alle mensen vertrouwen. Zelf zijn ze ook te vertrouwen en stabiel. Zij voelen zich zeker over zichzelf, durven zich kwetsbaar op te stellen en staan open voor anderen, ook als die anders in het leven staan dan zij. Ze durven om hulp te vragen en zijn niet bang voor intimiteit. Praten over wat hen bezighoudt, is heel normaal voor hen. Liefde geven en ontvangen gaat hen soepel af. Deze mensen zijn opgegroeid met veel aandacht, liefde en verzorging. Het gezin was een veilige en rustige haven. Mensen met een zekere hechtingsstijl hebben positieve overtuigingen over zichzelf en over anderen: ik ben oké, jij bent oké.

  1. Gepreoccupeerde hechtingsstijl

Mensen met deze hechtingsstijl vinden het heel belangrijk om persoonlijk en vertrouwelijk contact met anderen te hebben. Liefst delen ze hun ziel en zaligheid met heel veel mensen. Ze hebben veel behoefte aan aandacht en positieve bevestiging.

Vaak gaat het om mensen die in hun jeugd onvoorspelbare ouders hadden; die reageerden niet consequent als hun kind ergens behoefte aan had. Deze onvoorspelbaarheid activeert onzekerheid en een negatief zelfbeeld. Onbedoeld leren dergelijke ouders hun kinderen dat je aandacht kunt afdwingen bij anderen door extreem gedrag te gaan vertonen, zoals zeuren, jengelen, de clown spelen of grapjes maken. Vaak hebben deze mensen later in hun persoonlijke liefdesrelaties last van onzekerheid, jaloezie en verlatingsangst. Ze hebben veel aandacht en bevestiging nodig en zullen vooral letten op de keren dat ze die niet krijgen. Dit betekent dus niet dat veel bevestiging op een gegeven moment voldoende is om een zekerder gevoel te krijgen. Vergelijk met de bodemloze put die steeds van buitenaf gevuld moet worden, maar uiteraard niet vol raakt, omdat alles wegzakt.

Zolang mensen hun eigen basis (bodem, fundament) niet goed hebben kunnen leggen, blijven ze heel afhankelijk van de aandacht uit hun omgeving. Een partner is vaak de eerste die dat – meestal heel erg – merkt. Mensen met deze hechtingsstijl hebben negatieve overtuigingen over zichzelf, maar hebben wel positieve overtuigingen over anderen: jij bent oké, maar ik niet.

  1. Afwijzend-vermijdende hechtingsstijl

Mensen met deze hechtingsstijl kunnen zich meestal goed redden zonder al te nauwe emotionele banden. Zij hechten aan hun vrijheid en zelfstandigheid en vinden het een prettig idee dat ze anderen niet zo sterk nodig hebben. Ze stellen zich dus niet afhankelijk op en stellen het op prijs als anderen dat ook niet doen. Gevolg daarvan is dat ze (liefdes)relaties liever vrijblijvend houden en moeite hebben om zich volledig aan anderen te binden. Bindingsangst is hen dan ook niet vreemd.

Mensen met deze hechtingsstijl hebben als kind vaak koele, afstandelijke ouders gehad die vaak cognitief en rationeel op hun kind reageerden. Dat wil niet zeggen dat de ouders niet voor het kind zorgden, maar op het emotionele vlak gaven ze te weinig persoonlijke aandacht. Bij een roep om hulp reageerden ze afstandelijk of afwijzend. Zo leerde het kind dat het zich emotioneel beter niet bloot kan geven, want daar komen alleen maar vervelende reacties op.

Op een onbewuste manier leren deze ouders het kind dus anderen te wantrouwen; van anderen hoef je geen hulp of steun te verwachten, dus zorg ervoor dat je je eigen boontjes leert doppen. Daardoor is de houding van deze mensen ten aanzien van liefdesrelaties gesloten en defensief met weinig emotionele diepgang. Mensen met deze hechtingsstijl hebben positieve overtuigingen over zichzelf, maar negatieve overtuigingen over anderen: ik ben oké, maar jij niet.

  1. Angstig-vermijdende hechtingsstijl

Mensen met deze hechtingsstijl vinden het moeilijk om open en eerlijk te zijn naar anderen. Ze vinden het niet prettig om alleen te zijn, maar hebben tegelijkertijd moeite om anderen te vertrouwen of zich afhankelijk op te stellen. Dit omdat ze bang zijn om afgewezen, vernederd of gekwetst te worden. Ook zij vermijden dus emotionele diepgang in hun (liefdes)relaties.

Voor mensen met deze hechtingsstijl geldt ongeveer hetzelfde als voor mensen met de afwijzend-vermijdende hechtingsstijl: ze hebben vaak afstandelijke ouders die er emotioneel niet voor hen waren. Mensen met deze hechtingsstijl hebben dus negatieve overtuigingen over zichzelf en over anderen: ik ben niet oké en jij ook niet.

Het verschil tussen de twee vermijdende stijlen is dat mensen met een angstig-vermijdende hechtingsstijl ook negatief over zichzelf denken. Blijkbaar hebben ze ergens in hun opvoeding de boodschap opgepikt dat ze niet de moeite waard zijn om (voldoende) liefde te ontvangen, om aandacht te krijgen.’

Hechtingstheorie

Bron: Wikipedia

Scroll naar boven