Trauma

‘Het essentiële mechanisme om na een traumatische ervaring verder te kunnen leven, is volgens mij de gegeneraliseerde dissociatie en de blijvende psychische afsplitsing. Wat ik beschrijf met de term ‘afsplitsing’ duiden andere traumatheoretici aan met het begrip ‘structurele dissociatie’ (Van der Hart, Nijenhuis en Steele, 2008). Om in een model aanschouwelijk te maken welke blijvende veranderingen zich in een mens voltrekken als gevolg van traumatische ervaringen, heb ik het volgende schema ontwikkeld. Bij een getraumatiseerd mens kunnen we drie verschillende persoonlijkheids-toestanden onderscheiden:

  • zijn gezonde persoonlijkheidsdelen;
  • zijn getraumatiseerde persoonlijkheidsdelen;
  • zijn trauma-overlevingsdelen.

Gezonde delen: (…) gezonde persoonlijkheidsdelen, die ondanks een traumatische ervaring nog steeds beschikken over goed functionerende psychische structuren (…). Ik verheug mij erover als mijn cliënten daar verbinding mee hebben en in contact daarmee doelen kunnen stellen voor hun therapie. (…)

Getraumatiseerde delen: de psychische structuren waarin de indrukken, beelden, geluiden, geuren, lichamelijke gevoelens, angst, woede, schaamte, walging en alle gedachten zich bevinden die een mens gedurende een traumatiserende situatie door het lijf en door het hoofd razen. Om het trauma te doorstaan worden ze, zo goed en zo kwaad als het gaat, geïsoleerd van de overige psychische toestanden. De verbinding met deze toestanden en stresspatronen wordt onderbroken, afgekapt, verdoofd of bevroren. Er wordt geprobeerd ze intrapsychisch in te kapselen in de vergetelheid. Ze worden omringd door dikke beschermings-muren. Dat lukt echter slechts gedeeltelijk. De traumatische ervaringen en energieën kunnen niet geheel terzijde geschoven worden door ze te verdringen uit de bewuste psychische beleving. Zo kan het beschermingsmechanisme in perioden van inactiviteit, bijvoorbeeld ’s nachts in de slaap, wegvallen en kan de getraumatiseerde mens dan last hebben van vreselijke nachtmerries. Ook kunnen kenmerken van een alledaagse situatie die herinneren aan de oorspronkelijke traumasituatie, als ‘triggers’ functioneren bij het wakker roepen van de traumagevoelens. Een geur, beeld of geluid kan voldoende zijn om de afgesplitste traumaenergie in de psyche en in het lichaam sterk te reactiveren. (…) Zelfs tientallen jaren na de oorspronkelijke traumatische ervaring is het mogelijk dat de rond het trauma opgebouwde beschermings- en afweerstrategieën instorten en het trauma in zijn volle omvang weer het bewuste binnendringt. De persoon raakt daardoor in een toestand van hertraumatisering. Zo kan men bijvoorbeeld bij mensen met een ernstig oorlogstrauma zien dat de innerlijke verdedigingswerken waarmee ze hun herinneringen verdrongen hebben gehouden op hoge leeftijd afbrokkelen en ze opnieuw overspoeld worden door traumagevoelens.’
Overlevingsdelen: de inspanning om het eigen overleven veilig te stellen behoort tot de basisvoorwaarden van ieder levend wezen. Wie niet vecht voor voedselbronnen heeft al snel het nakijken, omdat anderen hem voor zijn. Wie zijn levensruimte niet handhaaft, wordt daar door anderen uit verdreven. Het puur biologische doel van het leven is: overleven en in leven blijven zolang dit ertoe bijdraagt om de soort in stand te houden. Zo gezien is overleven het hoogste doel van ons bestaan, waaraan veel andere dingen ondergeschikt zijn. (…).

De overlevingsstrategieën vormen de belangrijkste belemmering voor de therapie: ze verhinderen dat een getraumatiseerde persoon inzicht in de oorzaken van zijn problemen heeft en adequate psycho-therapeutische hulp zoekt; ofwel ze saboteren gedurende een lopend therapieproces alle inspanningen om een integratie van de traumatische levenservaringen van de cliënt mogelijk te maken. De overlevingsstrategieën worden zelfs nog hardnekkig verdedigd als er een mogelijkheid bestaat de traumatische ervaring met behulp van therapie te verwerken.

Overlevingsstrategieën leiden er dus uiteindelijk toe dat de betrokken persoon zichzelf door zijn eigen overlevingsstrategieën op de lange termijn immense schade toebrengt en dat er vroeg of laat precies datgene gebeurt waarvoor hij het meest bang was en waaraan hij met alle mogelijke middelen probeerde te ontkomen: onmacht en hulpeloosheid. Het kan zo ver gaan dat datgene wat door de oorspronkelijke traumanoodsituatie voorkomen had moeten worden – zwaar letsel of de dood – uiteindelijk door de werking van de overlevings-strategieën doelgericht wordt bereikt.’

Trauma

UIT: Franz Ruppert, Bevrijding van trauma, angst en onmacht.
Eeserveen 2012 (blz. 78, 79, 80, 84)

Scroll naar boven